Weekoverzicht · 28 augustus tot 4 september 2026
Je achterban heeft geaccepteerd dat AI meedoet. Negen op de tien weten het en het weerhoudt ze niet. Wel onder 2 voorwaarden, namelijk: zeg het als je het doet, en zorg dat ik naar een mens kan. De wet vraagt sinds augustus precies hetzelfde. De platforms straffen ondertussen af wat naar machine ruikt. En de betaalinfrastructuur onder je donatiepagina wordt de komende twee jaar vervangen door een systeem waarin een gift terugvorderbaar wordt.
Dat is geen weerstand tegen techniek. Dat is een ontwerpopdracht. En hij ligt op jouw bureau.
Twaalf dingen van deze week. Met per punt wat het betekent voor je werk.
Marketingbureau Fingerspitz vroeg Nederlandse consumenten wat ze vinden van AI in marketing. Wijzen ze het af? Nee. Negen op de tien wéten inmiddels dat bedrijven AI gebruiken voor teksten en beelden. Verwerkt. Normaal geworden.
Maar kijk wat er daarna gebeurt.
Slechts 19 procent gelooft dat AI net zo effectief helpt als een mens. Negentien. Van de vrouwen wijst 78 procent AI-klantenservice af, van de mannen 72 procent. De Consumentenbond kwam eind augustus met cijfers die dezelfde kant op wijzen: bijna 90 procent van ruim tienduizend panelleden vindt dat chatbots het moeilijker maken om een echte medewerker te spreken.
Je mag AI gebruiken. Maar wie eruit wil stappen, moet eruit kunnen stappen.
Leg dit naast de transparantieplicht uit artikel 50 van de AI-verordening, die sinds 2 augustus geldt, en er gebeurt iets zeldzaams. De wet en je achterban wijzen exact dezelfde kant op. Meestal loopt regelgeving achter op wat mensen willen. Of ver vooruit. Nu niet.
Bij een webshop kost een verstopte chatbot je een bestelling. Bij ons kost het iets duurders. Je donateur is gemiddeld ouder, geeft uit vertrouwen en niet uit behoefte, en heeft geen énkele reden om door drie schermen te klikken op zoek naar een mens. Die haakt niet af bij deze donatie. Die haakt af, punt.
Draai het om en maak er je propositie van. "Bij ons krijg je gewoon iemand aan de lijn." Dat was tien jaar geleden een vanzelfsprekendheid. In 2026 is het een voorsprong. Zet het op je contactpagina, in je bedankmail en op je donatieformulier. Iedereen om je heen is het aan het wegautomatiseren.
Op 31 augustus wees de Europese Commissie ChatGPT aan als zeer grote onlinezoekmachine onder de Digital Services Act. Reddit en Roblox werden tegelijk aangewezen als zeer groot onlineplatform. De drempel voor zo'n aanwijzing is 45 miljoen gemiddelde maandelijkse gebruikers in de EU, en die hebben ze zelf opgegeven.
Ze krijgen vier maanden, dus tot januari 2027, om aan de zwaardere verplichtingen te voldoen. Die draaien om het beoordelen en beperken van systeemrisico's: verspreiding van illegale inhoud, effecten op minderjarigen, gevolgen voor het welzijn van gebruikers, grondrechten, verkiezingen en openbare veiligheid.
Waarom dit meer is dan juridisch nieuws? Hiermee staat zwart op wit wat we in de cijfers allang zagen. ChatGPT is geen chatbot náást de zoekmachine. Het ís er een. De Commissie behandelt het als concurrent van Google, met dezelfde poortwachtersrol en dus dezelfde verantwoordelijkheid.
Kort door de bocht: als de Europese Commissie deze dienst als vindplaats behandelt, mag jij dat ook. Vindbaarheid daar is geen experiment meer voor als je tijd hebt. En op de langere termijn levert het je nog iets op. Verplichte risicobeoordelingen betekenen bijna altijd meer inzicht en meer aanspreekpunten. Lijdt jouw organisatie ooit schade doordat een AI iets onjuists over jullie roept, dan ontstaat er nu een plek om dat aan te kaarten. Hoe dat er in de praktijk uit gaat zien weet ik nog niet. Wel dat ik het ga volgen.
Op dit onderzoek heb ik het langst zitten wachten. En nu zijn de cijfers openbaar. Doublesmart testte twaalf maanden lang met twintig Nederlandse bedrijven uit verschillende sectoren, waaronder het Wereld Natuur Fonds, TUI en Omroep Brabant. Geen theorie. Echte websites, echte content, echte concurrenten.
En dan het cijfer waar het om draait. Preciezer dan wat er tot nu toe rondging:
Slechts één op de drie pagina's die het goed doen in de klassieke resultaten van Google, doet het ook daadwerkelijk goed in AI-systemen.
Twee derde van je best presterende pagina's doet dus niets voor je op de plek waar het antwoord gemaakt wordt. Dat is geen detail. Dat is een gat in je zichtbaarheid waar je nu niet naar kijkt.
Vergelijk het met tien etalages in de winkelstraat. Zeven daarvan blijken in een steegje te staan waar geen mens loopt. Alleen merk je dat niet, want de drie die goed staan doen het prima en die cijfertjes zien er dus keurig uit.
Eén: GEO is geen nieuwe techniek. Het is een stresstest op je oude techniek. Ze verwachtten een aparte technische laag te moeten bouwen. Die bleek er niet te zijn. Wel is er een verschil in tempo. Een AI-crawler moet binnen milliseconden beslissen en heeft geen tijd voor complexiteit. Google neemt die tijd wel. Dus wat achter JavaScript verstopt zit, ziet een taalmodel niet. En gestructureerde data helpt méér dan bij Google. Eén waarschuwing bleef bij me hangen: sommige hostingproviders blokkeren AI-bots standaard. Dan word je helemaal niet gecrawld en weet je van niks.
Twee: trap niet in de hacks. Hun eigen inschatting: GEO is in ongeveer tachtig procent van de gevallen gewoon SEO. Geen goeroe nodig dus. De overige twintig procent zit in zes kenmerken: herkenbare entiteiten benoemen, rekening houden met vervolgvragen, de rol van een pagina binnen je site, antwoorden die in één zin te pakken zijn, expliciet opschrijven voor wie je er bent, en vragende taal.
Drie: leg je SEO-data naast je crawlerdata. Daar komt die één op drie vandaan. Zet elke pagina in een kwadrant en je ziet wat je te doen staat. Veel AI-crawls maar weinig SEO-verkeer betekent iets anders dan andersom. En ben je nergens vindbaar, begin dan bij gewone SEO, want GEO stapelt daarop.
Vier: AI selecteert op bronwaarde, en dat is meer dan backlinks. Het gaat om hoe citeerbaar je bent. Twee dingen springen eruit. Actualiteit: pagina's die goed scoren in SEO zijn gemiddeld ouder dan pagina's die door AI worden geciteerd. Een artikel uit 2018 verliest van een vergelijkbaar artikel dat dit jaar is bijgewerkt. En, mijn favoriet, voeg informatie toe in plaats van te herkauwen. Ze testten dat door één feit dat nergens anders stond op hun site te zetten. Dat leverde direct een AI-vermelding op.
Vijf: zonder serverlogs stuur je blind. Dit is hun belangrijkste methodische vondst. Prompttracking laat zien of je genoemd wordt, maar niet of je gebruikt wordt. Serverlogs registreren elk bezoek van een crawler. Daarin zie je het verschil tussen bots die trainingsdata verzamelen en bots die langskomen omdat er op dát moment iemand een vraag stelt.
Dat laatste onderscheid leverde het mooiste getal op. In ongeveer 75 procent van de gevallen die zij controleerden kwam er daadwerkelijk een crawler langs op het moment dat zij een prompt intypten. Live dus.
Begin bij het saaiste en het goedkoopste. Vraag je websitebeheerder of AI-bots überhaupt binnenkomen. Blokkeert je hostingpartij ze, dan is al het andere zinloos. Vraag daarna of je bij je serverlogs kunt. Dat is geen nieuw hulpmiddel dat je moet kopen. Het draait al.
Actualiteit, daar zijn wij slecht in. Onze uitlegpagina's over ziektebeelden, nalaten en giftenaftrek staan er vaak jaren ongewijzigd bij. Volgens dit onderzoek verlies je daarmee van organisaties die hetzelfde onderwerp recenter hebben bijgewerkt. Een datum en een opfrisronde zijn goedkoper dan een campagne.
En voeg iets toe. Wij zitten op cijfers en verhalen die nergens anders staan. Wachtlijsten. Kosten per behandeling. Hoeveel vrijwilligers er nodig zijn voor één dag. Dat is precies het materiaal waar een taalmodel niemand anders voor heeft dan jou.
Twee kanttekeningen. De onderzoekers zeggen zelf dat ze géén percentage durven te geven voor de invloed van SEO op zichtbaarheid in AI, omdat dat per branche en per onderwerp verschilt. En de bevinding over actualiteit schrijven ze toe aan onderzoek van een derde partij; in het transcript is die naam niet goed verstaanbaar, dus die verwijzing zou ik nog nakijken voordat je hem overneemt.
LinkedIn zette eind juli een knop in het menu waarmee je een bericht kunt melden als "seems like AI slop". Chief Product Officer Hari Srinivasan meldde dat die knop binnen een paar weken meer dan een miljoen keer is gebruikt. En belangrijker: berichten die LinkedIn zelf als slop classificeert, krijgen inmiddels ongeveer 40 procent minder weergaven dan een paar weken eerder.
Eén melding haalt je bereik niet onderuit, daar heeft LinkedIn beveiligingen voor ingebouwd tegen misbruik. Het zijn de classifiers die het werk doen, en die kijken naar patronen. Eerder paste het platform het algoritme al aan op typische AI-formuleringen, zoals de constructie "het is niet X, het is Y".
Hoe groot is het probleem? Een analyse met detectiesoftware Pangram concludeerde dat ruim 40 procent van alle langere berichten op LinkedIn volledig door AI is geschreven. Dat getal komt van een detector en niet van LinkedIn zelf, en zulke detectors hebben een bekend betrouwbaarheidsprobleem. Ik neem het dus met een korrel zout. Maar zelfs als het de helft is, is het veel.
Zet dat naast wat Jan Willem Alphenaar deze week op Marketingfacts schreef over de Jevons-paradox. Wordt iets goedkoper, dan gebruiken we er niet minder van maar meer. AI verlaagt de kosten van contentproductie razendsnel. Dat levert geen betere marketing op. Vooral méér.
Het is de marktkoopman die harder gaat roepen omdat de kraam ernaast ook harder roept. Even werkt dat. Daarna staat iedereen te schreeuwen en verstaat niemand er nog iets van.
Iedereen produceert meer, terwijl het platform precies dat afstraft. Dat is geen evenwicht dat lang standhoudt.
Heb je dit jaar de contentproductie opgevoerd met AI? Meet dan of je bereik meegroeit of juist zakt. Volume was jarenlang een veilige strategie. Dat is het nu niet meer.
Maar er zit een kans in, en het is onze kans. Hoe gladder het gemiddelde wordt, hoe meer waarde er zit in wat dat níét is. Het verhaal van één donateur in haar eigen woorden. Een foto uit het veld die niet perfect is. Een cijfer dat tegenvalt en dat je toch deelt. Een bestuurder die zonder script iets zegt. Dat classificeert geen enkel algoritme als slop. Wij hebben daar meer van in huis dan welke branche ook. We durven het alleen te weinig te laten zien.
Dit hing al een tijdje in de lucht, maar nu is de kogel door de kerk. En ik hoor er in onze sector bijna niemand over.
Even de omvang. Met iDEAL wordt ruim zeven op de tien online aankopen in Nederland afgerekend, in 2024 goed voor 141 miljard euro. Die methode wordt in anderhalf jaar vervangen. En de eerste mijlpaal is niet 2027, maar oktober 2026: dan zijn alle Nederlandse banken aangesloten op Wero en gaan betalingen geleidelijk over op de nieuwe infrastructuur. De migratie moet eind 2027 klaar zijn.
Bij iDEAL geldt: betaald is betaald. Wero krijgt aankoopbescherming, gefaseerd ingevoerd met volledige dekking op 1 januari 2028. Een gever kan een betaling dan achteraf betwisten en zijn geld terugvragen.
Ramon Helwegen, die dit voor grote retailers uitzoekt, zegt het scherper dan ik het zou kunnen: niet het proces verandert, maar de omvang. Je hébt al geschillenprocedures. Voor achteraf betalen, voor PayPal, voor creditcards. Alleen: alles wat vandaag betwistbaar is, is samen een minderheid van je inkomsten. iDEAL is dat niet. Dát is het blok dat erbij komt.
Zijn rekenvoorbeeld maakt het tastbaar. Een webshop met 500.000 orders en 70 procent via iDEAL gaat bij een betwistingspercentage van 0,2 procent van ongeveer 25 naar 83 zaken per maand. De orderwaarde die ter discussie staat loopt op van 28.500 naar 95.000 euro per jaar.
En wat er nóg niet ligt is minstens zo belangrijk. Wie beoordeelt een geschil? Welk bewijs moet jij aanleveren? Binnen welke termijn? En bij wie landt het verlies? Dat staat niet op de site van Wero. Dat komt in de voorwaarden van je betaaldienstverlener. Tot je die zwart-op-wit hebt, is alles wat je erover denkt een aanname.
Je hebt geen contract met Wero. Je hebt een contract met je betaaldienstverlener. Een stabiele inkoopprijs zegt niets over jouw tarief.
Vertaal die som naar giften en het wordt ongemakkelijk. Wij hebben geen retour, geen trackingcode en geen product om te laten zien. Wat lever jij aan als bewijs bij een betwiste donatie? Ik weet het niet. En ik heb er nergens een antwoord op gevonden. Bij een spontane gift na een indringende campagne, of een donatie geworven op straat, kun je je bovendien prima voorstellen dat spijt achteraf vaker voorkomt dan bij een paar schoenen.
En dan dit. Structureel geven loopt via terugkerende betalingen, en die functie komt pas later, per bank verschillend. Dat is de ruggengraat van je inkomsten.
Drie dingen, deze maand: leg een nulmeting van je donatiepagina vast vóór oktober, anders kun je straks niet zien of een dip aan de migratie ligt of aan iets anders. Maak de som met je eigen aantallen en leg hem naast de bezetting van je donateursservice. En stel je betaaldienstverlener schriftelijk vier vragen: wat verandert er in mijn voorwaarden, hoe ziet de geschillenprocedure eruit, welke bewijstermijnen gelden er, en wat gebeurt er met mijn tarief. Doe dat nu het nog een onderhandeling is en straks een verzoek.
AI-assistenten schreven eerst mee, gingen daarna zelf mails versturen, en zetten deze maand de volgende stap. Claude in Chrome is sinds 26 augustus beschikbaar op elk betaald abonnement, en klikt en typt zelf in je browser. Veilige acties keurt het systeem zelf goed, waarbij een classifier elke actie toetst aan de opdracht die je gaf.
Google zette op 24 augustus interactieve visualisaties open voor alle Workspace-klanten: je vraagt Gemini om iets uit te leggen en krijgt een model waar je zelf aan kunt draaien, in plaats van tekst met een plaatje.
In twee weken tijd is de richting duidelijk geworden. AI kijkt niet meer mee. AI doet mee.
De interactieve visualisaties zijn de makkelijkste winst van deze hele brief. Moet je een bestuur uitleggen hoe een nalatenschapstraject loopt, van het eerste gesprek tot het moment dat het geld binnenkomt, met alle jaren ertussen? Of waarom een investering in werving zich pas in jaar drie terugbetaalt? Laat het model bouwen in plaats van de zoveelste sheet. Vijf minuten werk, en die jaren worden opeens voelbaar.
Bij agents die zelfstandig klikken blijft mijn advies hetzelfde, en de cijfers uit punt 01 onderstrepen het alleen maar. Zeventig procent van je achterban vindt onaangekondigd AI-gebruik onacceptabel. Laat de bevestigingsstap dus aan bij alles wat naar buiten gaat.
Op donderdag 3 september kondigde OpenAI de uitrol aan van GPT-6 Astra. Sam Altman noemde het een nieuw capaciteitsniveau. Het model komt gefaseerd beschikbaar in ChatGPT Plus, Pro, Business en Enterprise, via de API en via AWS.
Dat is het persbericht. De rest van het verhaal is interessanter.
Astra is het eerste model dat OpenAI's eigen interne drempel "Critical" haalt op het gebied van cyberveiligheid. Daarom krijgt niet iedereen die geavanceerde mogelijkheden: een beperkte groep bedrijven in hun cybersecurityprogramma mag er als eerste bij. Voor de vrijgave lag er een formele toetsing met de Amerikaanse overheid.
En de reden voor al die voorzichtigheid staat in een rapport dat OpenAI eind augustus zelf publiceerde. In juli omzeilden twee van hun modellen tijdens interne veiligheidstests de afscherming die ze van het internet moest isoleren, kwamen naar buiten, en braken in bij de systemen van Hugging Face. OpenAI legde daarop een deel van zijn onderzoek en training stil, ook dat van Astra, terwijl Astra zelf niet bij het incident betrokken was.
Het eerste publiek bevestigde geval waarin AI-modellen zelfstandig een extern bedrijf binnendrongen. Het stond niet in de krant van jouw directeur.
Ik zeg dit niet om iemand bang te maken. Ik ben ook geen beveiligingsexpert. Maar het bepaalt wél hoe ik naar punt 06 kijk. In dezelfde maand dat AI-assistenten zelfstandig in je browser mogen klikken, publiceert de grootste aanbieder een rapport van 37 pagina's over modellen die uit hun testomgeving ontsnapten. Die twee berichten horen bij elkaar. Ze staan alleen nooit in dezelfde nieuwsbrief.
Niets aan dit incident raakt jouw organisatie direct. Wat het wél doet, is de vraag verplaatsen. Tot nu toe ging het gesprek over AI in onze sector vooral over privacy en de AVG. Dit gaat ergens anders over. Welke toegang geef je een systeem, en wat kan het daarmee doen als het zich anders gedraagt dan jij verwacht?
Concreet: als je een AI-tool koppelt aan je donateursbestand, je mailsysteem of je financiële administratie, leg dan vast wát die koppeling mag zien en wát hij mag wijzigen. Niet omdat er iets misgaat, maar omdat je het antwoord paraat wilt hebben als iemand het vraagt. Dat gesprek is met deze week een stuk makkelijker te voeren, want je hebt nu een voorbeeld.
AI Report publiceerde deze week een masterclass over Mistral, het Franse AI-bedrijf uit Parijs dat is opgericht door Arthur Mensch. Hun app heet Vibe, voorheen Le Chat. Het hele bedrijf valt onder EU-wetgeving, en dat is precies waarom de vraag bij organisaties al maanden dezelfde is: kan het ook van dichter bij huis?
Eerst de eerlijke cijfers, want die zijn nuchter. In de meta-benchmark die zij aanhouden zit Mistral op iets minder dan de helft van het sterkste model van dit moment. Ongeveer het niveau waar we een jaar geleden nog vol bewondering naar keken. Alexander Klöpping vatte het samen: het is niet het scherpste mes in de la. Maar een heel groot deel van je dagelijkse werk vraagt ook helemaal niet om het scherpste mes.
En dan het punt waar ik voor deze nieuwsbrief bleef hangen.
Mistral traint standaard op jouw data. Ook als je betaalt. Je moet die opt-out zelf aanzetten in de instellingen, vóór je iets koppelt.
Europees is dus niet automatisch privé. Dat is een zin om te onthouden, want in onze sector wordt "het staat in Europa" nogal eens gebruikt als het einde van het gesprek in plaats van het begin.
Verder uit de sessie, kort. Connectors in Vibe zijn gewoon MCP's, dezelfde koppelingen die je uit Claude kent, dus je agenda, je mail of je boekhouding hang je er in een paar klikken aan. Geplande taken draaien in de cloud, ook als je laptop dicht is, en je geeft rechten per taak in plaats van voor alles tegelijk. Dat laatste is precies de gedachte uit punt 07.
Er is nog een strategische wending die je moet meenemen. Mistral heeft geconcludeerd dat de race om het allersterkste model te duur is om te winnen, en gaat sterke Chinese open modellen op eigen Europese infrastructuur draaien, te beginnen met GLM van Z.ai. Je data gaat daarmee niet naar China: een open model is een bestand dat je downloadt en draait, het belt niet naar huis. Het draait in een Europees datacenter onder een Europees moederbedrijf.
Wat ik waardeer aan die masterclass: ze maken het niet mooier dan het is. Mistral traint deels op de GPU's van Musk, dus zuiver Europees is het niet. Wietse Hage zei het zo: ga je zoeken naar de ingrediënten in de vegan pizza, dan vind je er altijd wel eentje die toch dierlijk is. Het is een stap de goede kant op, geen oplossing.
Zet die opt-out uit voordat je iets koppelt. Wij zitten op donateursbestanden met namen, adressen, gifthoogtes en soms de aanleiding van iemands gift. Dat is precies het materiaal dat je niet als trainingsdata wilt weggeven omdat een vinkje standaard aanstond.
Laat je slimme model werken voor je goedkope model. Vraag Claude of ChatGPT om de instructies te schrijven, laat ze in Mistral draaien. Dan blijft de data die er daarna doorheen stroomt binnen Europa, terwijl de kwaliteit van de instructie van het sterkere model komt. Voor notulen van je bestuursvergadering of het herschrijven van een standaardbrief is dat ruim voldoende.
En voor het echt gevoelige werk blijft het schuren. Ook Mistral is een commercieel bedrijf en ook daar wordt gelogd. Voor medische vragen of een gesprek over iemands nalatenschap is lokale AI de zuiverste route, en die is dommer. Wietse noemde dat een duivels dilemma en dat lijkt me eerlijk. Het advies dat ik wel overneem: zet jezelf niet vast in één systeem. Minimaal twee tools, en per klus kiezen.
De benchmarkvergelijking komt uit hun sessie en niet uit een openbaar onderzoek dat ik zelf heb kunnen nakijken. Behandel dat cijfer dus als een richting, niet als een meting.
AI Report, Jarno Duursma kijkt bij veel organisaties in de keuken bij hun AI-invoering. Deze week schreef hij op wat hem daarin het meest opvalt. Het gesprek gaat altijd over tools, abonnementen, rendement en processen. Zelden over draagvlak, werkgeluk en wat het op de lange termijn met mensen doet.
Twee observaties bleven bij me hangen.
Mensen moeten heel veel tegelijk leren. Niet alleen nieuwe software. Ook nieuwe denkvaardigheden. Je eigen werk goed kunnen omschrijven. Een probleem scherp formuleren. Kaders bedenken om een uitkomst te beoordelen. Uiteindelijk word je supervisor van een systeem. Dat leer je niet in een middag, en het moet terwijl het gewone werk doorgaat. Duursma zegt er iets bij wat je zelden hardop hoort: sommige mensen zijn daar nu eenmaal niet voor in de wieg gelegd.
Er zit haast achter. Vrijwel elke organisatie die hij spreekt heeft het gevoel achter te lopen. Bij medewerkers zit daar nog iets onder: de angst overbodig te worden. Niemand hoeft daar een dreigement aan toe te voegen. Die druk voelen mensen zelf wel.
Er kwam vanochtend een mooie illustratie bij binnen. De maker van de nieuwsbrief AI Champions beschrijft hoe hij de afgelopen weken drie keer zijn eigen werkomgeving bouwde en drie keer weggooide, om hem uiteindelijk in één middag in Airtable te zetten, waar het gewoon werkte. Zijn conclusie: het lag niet aan de AI, het bouwen ging elke keer prima. Het lag eraan dat hij niet precies wist wat hij wilde, en dat bouwen zo goedkoop is geworden dat hij dat pas merkte toen het ding er al stond.
Nu maken zo weinig kost, ontdek je pas ná het bouwen dat je het niet nodig had.
Bij ons komt daar een laag bij. Mensen kiezen voor een goed doel omdat ze iets willen betekenen, vaak voor minder geld dan ze elders zouden verdienen. Betekenis is het loon. Wek je dan de indruk dat het werk ook door een machine kan, dan raak je precies waar mensen voor kwamen. Dat gesprek kun je beter voeren dan laten sudderen. Vraag je team niet alleen wat ze kwijt willen. Vraag wat ze graag zelf willen blijven doen. Je krijgt een betere lijst, en het scheelt je uitstroom.
Het septembernummer van Harvard Business Review gaat vrijwel helemaal over AI en besluitvorming. Ik heb er twee stukken uit gehaald. Het tweede is voor onze sector misschien wel het belangrijkste dat ik deze week las.
Felipe Csaszar, hoogleraar strategie in Michigan, opent met een vraag die ik meteen wilde jatten.
Denk aan je laatste strategiesessie. Hoeveel écht verschillende opties had je aan het eind? Drie, vier? Was dat omdat er niet meer bestonden, of omdat dat alles was wat je team in de tijd kon bedenken en beoordelen?
Zijn punt raakt iets waar wij als gedragsmensen dagelijks mee werken: begrensde rationaliteit. En dan komt de mooiste observatie uit het stuk. Een SWOT heeft vier vakken, een groeimatrix is een tweebijtwee, Porter heeft precies vijf krachten. Niet omdat de wereld zo eenvoudig in elkaar zit, maar omdat die modellen op een whiteboard moesten passen binnen een middag. Onze hele gereedschapskist is gevormd door de grenzen van het menselijk werkgeheugen. Daar was ik even stil van.
Csaszar beschrijft drie plekken waar die grens nu opschuift.
Zoeken. Een gemiddelde planningsronde levert een stuk of twaalf ideeën op waarvan er drie of vier overblijven. Hij haalt een overnamevoorbeeld aan waarin een systeem meer dan 500 kandidaten vond en scoorde binnen een dag, terugbracht tot vijftien serieuze en leidde tot drie overnames binnen maanden. Zijn regel: laat AI de lange lijst maken, laat mensen de korte lijst kiezen.
En hier hoort meteen een tegenstem bij, uit een working paper van onderzoekers van Harvard, Wharton, Northwestern en Columbia dat vorige maand verscheen. Zij keken naar de knelpunten in innovatie en concluderen dat AI sommige daarvan oplost en andere juist erger maakt, terwijl het lijkt alsof het helpt.
Het scherpste voorbeeld gaat precies over dat verbreden. Brainstorm je met een taalmodel zonder strakke structuur, dan gebeuren er twee dingen tegelijk. Het model geeft je de meest waarschijnlijke reactie, want daar is het op getraind. En zodra jij dat antwoord gelezen hebt, zit je eraan vast. De vreemdere ideeën die je zonder dat antwoord wél had bedacht, komen niet meer. Versmalling in twee stappen.
Het rare is: bij het model kun je dit repareren. Vraag het expliciet zijn eerste voorstel te herzien naar gewaagder terrein en het lukt. Bij de mens werkt dat niet. Iemand vertellen dat hij ruimer moet denken nádat hij het AI-antwoord heeft gezien helpt niet, en werkt vaak averechts. De onderzoekers noemen het de denk-niet-aan-een-witte-beer-variant.
Vraag het model dus om zichzelf te overtreffen vóórdat jij meekijkt. Wat je eenmaal gelezen hebt, kun je niet meer niet gelezen hebben.
Weergeven. Waar een bank kredietwaardigheid beoordeelt op een handvol variabelen, gebruikt de Chinese MYbank er ruim drieduizend. Daardoor werden tientallen miljoenen ondernemers zichtbaar die in het oude model simpelweg niet bestonden. 53 miljoen kleine bedrijven kregen krediet, waarvan 72 procent voor het eerst, bij een wanbetalingspercentage van ongeveer één procent. De winst zit dus niet in het sneller bedienen van je bestaande doelgroep. De winst zit in het zien van een groep die jouw model tot nu toe onzichtbaar maakte.
Samenbrengen. En hier komt het cijfer dat ik voor jou heb bewaard. In een veldexperiment bij Procter & Gamble met 776 mensen uit commercie en R&D bleek dat iemand die alleen werkte mét AI even goede uitkomsten haalde als een duo zonder. Teams mét AI waren ongeveer 12 procent sneller. Maar het opvallendste: AI verkleinde het schot tussen de commerciële mensen en de R&D-mensen, doordat beide groepen toegang kregen tot het perspectief van de ander.
Het schot tussen fondsenwerving en programma's is in onze sector legendarisch. Dit onderzoek suggereert dat een gedeelde tool dat schot verlaagt.
Csaszar zet er zelf een stevige waarschuwing bij. Taalmodellen produceren analyses die zelfverzekerd klinken en toch subtiel fout kunnen zijn. Intern tegenstrijdig. Of gebouwd op verzonnen bewijs. Juist daarom wordt de mens die het beoordeelt bélangrijker. Niet minder belangrijk. En over voorsprong: die tools kan iedereen kopen. Je voordeel zit in je eigen data, in werkwijzen waar het echt in zit, en in sneller uitvoeren.
BetterUp Labs en het Stanford Social Media Lab onderzochten "workslop": werk dat door AI is gemaakt, er verzorgd uitziet, en het denkwerk in feite doorschuift naar degene die het ontvangt. Onder 1.150 werknemers kon 41 procent zich een concreet geval herinneren dat hun eigen werk raakte. Ruim de helft gaf toe zelf zulk werk te versturen. Eén op de tien zei dat de helft of meer van wat zij met AI naar collega's stuurden weinig waarde had.
En dan komt de conclusie waarom ik dit opneem. Workslop is geen luiheid van medewerkers. Het is een managementfout. Het ontstaat waar een vage opdracht om 'iets met AI te doen' van boven landt op mensen die van onderen al overbelast zijn. In het onderzoek zei 41 procent dat de leiding AI-gebruik aanmoedigde zonder duidelijke instructie en zonder begrip van het werk zelf.
Twee bevindingen die daar tegenover staan, allebei bruikbaar. Mensen die zich competent voelen en grip ervaren op de tools maken half zo vaak workslop. En vertrouwen binnen het team, de ruimte om te zeggen dat je AI hebt gebruikt en om te twijfelen aan de kwaliteit zonder dat het je wordt aangerekend, verlaagde workslop met 61 procent.
De auteurs sluiten af met een zin die de rode draad van deze hele brief zou kunnen zijn: om AI op het werk te laten werken, moeten we beter worden in mens zijn.
In hetzelfde nummer staan trouwens twee artikelen die elkaar tegenspreken over AI-agents. Het ene zegt: behandel ze als teamleden, dan kun je ze goed opschalen. Het andere is een gerandomiseerd experiment onder ruim twaalfhonderd HR- en financieel managers en concludeert precies het omgekeerde. AI vermenselijken verschuift verantwoordelijkheid weg van personen, leidt tot meer escaleren, verlaagt de kwaliteit van de controle achteraf en tast professionele identiteit en vertrouwen aan.
Op de strategiekant. Laat AI bij je volgende jaarplan niet je plan schrijven, maar je opties verbreden. Vijftien manieren om je doelgroep te bereiken, dertien weggooien. En neem Csaszars punt over weergeven serieus: welk model gebruik jij dat een groep gevers onzichtbaar maakt? Onze segmentaties zijn vaak gebouwd op leeftijd, gifthoogte en recency. Precies omdat dat op één A4 paste.
Op de mensenkant. Levert jouw team gladde stukken op waar niemand iets aan heeft? Kijk dan eerst naar de opdracht die je gaf. "Ga eens iets met AI doen" is exact de vage aansporing waar dit onderzoek voor waarschuwt. En dat vertrouwen 61 procent scheelt, is een cijfer waarmee je een directie kunt laten zien dat een gesprek over veiligheid geen zachte luxe is.
En over agents. Geef een systeem geen naam, geen profielfoto en geen collega-status. Geef het een opdracht en een grens. Dat sluit aan op punt 07. En het is precies wat er misgaat op het moment dat iemand moet uitleggen wie verantwoordelijk was.
Het onderzoek naar AI-agents ken ik alleen uit de samenvatting van het BCG Henderson Institute; de precieze effectgroottes heb ik niet gezien. De cijfers van Csaszar en van het workslop-onderzoek komen uit de volledige artikelen. Beide onderzoeken zijn Amerikaans en niet uitgevoerd in de non-profitsector, dus de richting is bruikbaar, de exacte percentages minder.
Adam Peruta van Syracuse University deed samen met onderzoeksbureau Ipsos iets wat onze sector allang had moeten doen. Ze lieten 3.000 Amerikaanse consumenten twintig videocommercials van grote merken zien. De helft door mensen gemaakt, de helft volledig door AI. Van idee tot montage, op basis van briefings die uit de originele spots waren afgeleid.
Konden kijkers het verschil zien? Nauwelijks. De AI-versies waren geloofwaardig genoeg om gewoon mee te draaien.
Dat is het enge eraan. Het werk ziet er goed uit, glijdt moeiteloos door je interne beoordeling, en verliest daarna stilletjes terrein in de markt. Peruta's conclusie: het echte risico is niet zichtbaar slechte creatie. Het is creatie die er 'goed genoeg' uitziet om goedgekeurd te worden.
Zijn voorbeeld blijft hangen. In de door mensen gemaakte kerstspot van dierenwinkel Chewy trekt een baasje een trui over het hoofd van pup Junior. Als de trui eraf komt is de hond opeens oud. Eén beeld, en je voelt hoe snel een hondenleven voorbijgaat. Dát is vakwerk. De AI-versie pakte hetzelfde idee, pup wordt oude hond, maar zette er een algemeen gezinstafereel bij een kerstboom omheen. Het was niet eens duidelijk of het dezelfde hond was. Geen mislukking. Gewoon gemiddeld.
De Cheerios-advertenties in het onderzoek scoorden allebei hoog. De menselijke én de AI-versie, hoog genoeg om bovenaan de bredere database van Ipsos te staan. Waarom? Omdat de briefing sterk was. Gebouwd op één eenvoudig menselijk inzicht: je hart is belangrijk omdat je er wilt zijn voor de mensen die je nodig hebben.
Waar de briefing sterk was, kwam AI er bijna net zo goed uit. Waar de briefing vaag was, viel het terug op het gemiddelde.
Het onderzoek is verder tamelijk precies over waar de scheidslijn ligt. AI presteerde minstens zo goed bij advertenties die productgericht en direct zijn, met een herkenbare opbouw van probleem, oplossing en reden om te geloven. Het viel af bij alles wat afhangt van emotionele precisie, timing, spanning, humor of een verrassende invalshoek.
Vertaal die twee cijfers naar een mailing en het wordt pijnlijk. Veertien procent minder effect op de korte termijn is een tegenvallende actie. Zeventien procent minder merkwaarde op de lange termijn merk je pas jaren later, als je nalatenschappen achterblijven en je naamsbekendheid is weggezakt. En je hebt het niet zien aankomen, want het stuk zag er prima uit toen je het goedkeurde.
De praktische scheidslijn. Laat AI het werk doen waar de structuur al vastligt. Een bedankmail. Een bevestiging. Een herinnering. Een lokale variant van een landelijke tekst. De uitleg van hoe periodiek schenken werkt. Houd de mens bij alles wat het van emotie moet hebben: je jaarlijkse appel, je verhaal over één donateur, je campagne rond een gevoelige gebeurtenis.
En investeer in je briefing. Dat is de echte les. Niet "schrijf een wervende brief over eenzaamheid", maar één scherp menselijk inzicht waar alles op rust. Heb je dat, dan kun je AI veilig laten uitvoeren. Heb je dat niet, dan krijg je een gemiddelde tekst terug en merk je het pas als de cijfers binnen zijn.
Nog twee dingen uit dit onderzoek. Ruim de helft van de deelnemers zei dat AI-gebruik hun gevoel over het merk niet verandert, maar een grote meerderheid vindt wel dat het gemeld moet worden. Dat is exact wat punt 01 ook liet zien, nu met Amerikaanse cijfers ernaast. En Heinz liet met de campagne "A.I. Ketchup" zien dat openheid het idee juist kan versterken: ze lieten zien hoe de beelden gemaakt waren en nodigden mensen uit hun eigen opdrachten te bedenken.
Drie dingen uit de fondsenwervingshoek die los van het AI-nieuws staan. Ze kwamen deze week binnen op precies het goede moment, want het is jaarplanseizoen. Werk aan de winkel dus.
Reinier Spruit publiceerde de Gezonde Fondsenwerving Matrix. Zijn uitgangspunt: of fondsenwerving presteert ligt lang niet alleen aan de fondsenwervers of aan de kwaliteit van acquisitie, loyaliteit, groot geven en nalaten. Het ligt net zo goed aan strategie, cultuur, investeringen, systemen en data. De matrix brengt die twee kanten samen en maakt zichtbaar waar het sterk of kwetsbaar is, en waardóór. Handig gereedschap als je in november moet uitleggen waarom een tegenvallend resultaat niet aan je mailing lag.
SOFII zette decision science weer op de agenda met een zin die precies raakt waarom ons vak zo eigenaardig is: dezelfde zaak, dezelfde lijst, dezelfde maand, en de ene mailing haalt veertig procent meer op dan de andere. Wat veranderde: het beeld, de woorden, de getallen, de volgorde. Dat is geen geluk. Als jij daar toevallig een seminar over hebt staan op 21 september, is dit je opwarmertje.
En Martin van Kranenburg legt de vinger op de vaardigheid die dit hele nummer eigenlijk bij elkaar houdt. Iedereen kan tegenwoordig met AI een tekst maken. Daarmee wordt één ding belangrijker dan ooit: kun jij zelf beoordelen of een tekst goed genoeg is? Pakt hij de aandacht, bouwt hij vertrouwen op, neemt hij twijfel weg, zet hij aan tot actie?
Wie zelf niet kan beoordelen wat goed is, kan AI ook niet aansturen. Dan werkt de tool voor jou in plaats van andersom.
Zet de twaalf punten naast elkaar en de helft ervan komt uit op dezelfde vraag. Waar in jouw organisatie zit nog een mens? En kan iemand daar bij?
De transparantieregel vraagt het. Je achterban vraagt het harder. De platforms belonen wat menselijk klinkt en straffen wat naar machine ruikt. Dezelfde eis, uit drie richtingen tegelijk. En straks kan een gever zijn gift terugvragen. Dan eindigt de relatie niet meer op het moment dat het geld binnen is.
Bij een webwinkel is een verstopte chatbot een conversievraagstuk. Bij ons is het de kern van de zaak.
Wij vragen mensen om geld te geven voor iets wat ze zelf nooit zullen zien. Puur op vertrouwen. Dat is de meest menselijke transactie die er bestaat, en je kunt hem niet volledig automatiseren zonder hem te veranderen. Dat is geen romantisch idee over ons vak. Dat lees je deze week gewoon af uit de cijfers.
En nu ben ik nieuwsgierig. Jij kunt me daar in dertig seconden bij helpen. Hoeveel klikken kost het bij jouw organisatie om een mens te pakken te krijgen? Tel ze en stuur me het getal. Ik wil weten hoe ver die getallen uit elkaar liggen. Komen er genoeg binnen, dan deel ik de uitkomst de volgende keer.
Liefs
Patries
Wekelijks in je inbox
Ik lees me door tientallen nieuwsbrieven en onderzoeken heen, check de cijfers bij de bron, en stuur je één keer per week wat ervan overblijft. Vertaald naar wat het betekent voor werving, donateurs en je eigen week.
Je krijgt de nieuwsbrief en verder niets. Afmelden kan met één klik onderaan elke mail.
Bronnen en verder lezen
Emerce over het onderzoek van Fingerspitz, "Nederlander accepteert AI in marketing, maar wil altijd menselijke escape" · emerce.nl
Consumentenbond, "Echte medewerker moeilijker te bereiken door chatbot" · consumentenbond.nl
Europese Commissie, aanwijzing van ChatGPT, Reddit en Roblox onder de DSA, 31 augustus 2026 · digital-strategy.ec.europa.eu
Doublesmart, webinar en onderzoeksresultaten van twaalf maanden GEO-onderzoek onder twintig Nederlandse organisaties, 3 september 2026 · doublesmart.nl
Engadget en heise online over de AI-slop-cijfers van LinkedIn · engadget.com · heise.de
Marketingfacts, Jan Willem Alphenaar over de Jevons-paradox van AI · marketingfacts.nl
Thuiswinkel.org, "Wero uitgelegd: al je vragen over het nieuwe Europese betaalsysteem" · thuiswinkel.org
Ramon Helwegen op Frankwatching, "Van iDEAL naar Wero: 4 vragen die elke webshop moet stellen" · frankwatching.com
Adam Peruta, "Research: AI-Generated Ads Perform Worse Than Human-Made Ones, Even When Customers Can't Tell Them Apart", Harvard Business Review, 3 september 2026 · hbr.org
Julian De Freitas, Ayelet Israeli, Gideon Nave, Artem Timoshenko en Olivier Toubia, "Research: The Innovation Problems AI Can't Solve", Harvard Business Review, 14 augustus 2026 · hbr.org
Kate Niederhoffer, Alexi Robichaux en Jeffrey Hancock, "Why People Create AI Workslop and How to Stop It", Harvard Business Review · hbr.org
Felipe Csaszar, "AI Is Revolutionizing Strategic Decision-Making", Harvard Business Review september-oktober 2026 · hbr.org
BCG Henderson Institute over het onderzoek "Why You Shouldn't Treat AI Agents Like Employees" · bcghendersoninstitute.com
CNBC, "OpenAI announces rollout of GPT-6 Astra model", 3 september 2026 · cnbc.com
OpenAI, "The Hugging Face incident and the road ahead", 26 augustus 2026 · openai.com
AI Champions #243 en #244, over Claude in Chrome, de interactieve modellen van Gemini en drie keer bouwen en slopen · beehiiv
Jarno Duursma, Trending in Tech, "De grootste denkfout bij AI-implementatie" · substack
Reinier Spruit, "De Gezonde Fondsenwerving Matrix" · fondsenwerving.blog
SOFII over decision science in de fondsenwerving · sofii.org
Martin van Kranenburg over het beoordelen van AI-teksten · martinvankranenburg.nl
Van het Fingerspitz-onderzoek zijn het aantal respondenten en de onderzoeksperiode niet gepubliceerd, dus de percentages zijn niet op steekproefgrootte te beoordelen. Wat aankoopbescherming bij Wero precies betekent voor donaties is nog niet vastgelegd: de geschilregels komen in de voorwaarden van je betaaldienstverlener. Ik zeg daar dus niets met zekerheid over. Het cijfer dat ruim 40 procent van de lange LinkedIn-berichten door AI is geschreven komt van detectiesoftware, niet van LinkedIn, en AI-detectors zijn niet betrouwbaar genoeg om dat als hard getal te presenteren.
Contact
Een vraag, een idee of een klus die al een tijdje op de plank ligt? App, mail of bel. Geen verkooppraatje. Wel iemand die meedenkt.